Noodverlichting Regelgeving

Wie is er verantwoordelijk voor de noodverlichting?
Volgens het Bouwbesluit is de eigenaar van een gebouw aansprakelijk voor de noodverlichtingsinstallatie, volgens de Arbowet de werkgever. Ook al zouden eigenaar en werkgever van een pand verschillende personen zijn.
Uiteindelijk is het zo dat de gebruiker verantwoordelijk is om te constateren dat het pand niet veilig is en dat hier iets aan gedaan dient te worden. Kort samengevat, de eindgebruiker is eindverantwoordelijk!

Moet Noodverlichting jaarlijks gecontroleerd worden?
Ja, de controle van noodverlichting is zowel volgens de Bouwverordening als de Arbowet verplicht. Niet alleen bij steekproeven door Arbodienst of brandweer kunt u met een gebrekkige noodverlichting problemen krijgen, ook bij calamiteiten zal achteraf gekeken worden of u aan uw zorgplicht heeft voldaan.

Mag een armatuur met de tekst ‘NOODUITGANG’ nog?
Nee. Ook de woorden ‘uit’ en ‘exit’ zijn niet meer toegestaan volgens de NEN 6088. Door eenduidige pictogrammen (het ‘rennende’ mannetje) zijn vluchtwegen voor iedereen herkenbaar.

Waarom moet de accu na 4 jaar vervangen worden?
Volgens de normen NEN 1010 en NEN 1838 moeten vluchtwegen met minimaal 1 Lux verlicht worden en bij stroomuitval moet dit een uur gegarandeerd zijn. Accu’s verliezen na verloop van tijd hun capaciteit, zodat fabrikanten de maximale levensduur op 4 jaar stellen. Na die 4 jaar zal de accu nog wel werken, maar nooit lang genoeg met voldoende lichtopbrengst. Alleen door de accu in het vierde jaar te vervangen, voldoet u dus aan de regels.

Waarom wordt ieder jaar de lamp vervangen?
Als een lamp een jaar lang continu brandt, zit deze dichtbij de maximale levensduur. Het is dan vrijwel zeker dat de lamp tijdens het tweede jaar kapot gaat, zodat er een onveilige situatie ontstaat. Dit speelt overigens alleen bij vluchtweg-verlichting, die continu brandt. Noodverlichting die alleen aan gaat bij stroomuitval, wordt wél getest,
maar hoeft niet vervangen te worden.

Arbowet artikelen
Artikel 3.7 Veilig gebruik van vluchtwegen en nooduitgangen
3.7.5 De vluchtwegen en nooduitgangen die bij het uitvallen van de verlichting slecht zichtbaar zijn, zijn voorzien van een adequate noodverlichting. (Vluchtwegverlichting)
3.7.6 De vluchtwegen, de deuren en poorten op het traject van de vluchtwegen alsmede de nooduitgangen zijn gemarkeerd door signalen die voldoen aan het bij of krachtens afdeling 2 van hoofdstuk 8 bepaalde. (Vluchtwegaanduiding)
Artikel 3.9 Noodverlichting
Arbeidsplaatsen waar werknemers bij het uitvallen van het kunstlicht aan bijzondere gevaren zijn blootgesteld, zijn voorzien van een adequate noodverlichting. (Verlichting van werkplekken met verhoogd risico en antipaniek verlichting)
Om aan het gestelde in artikel.3.9 en artikel 3.7, vijfde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit te voldoen, bedraagt de verlichtingssterkte van de noodverlichtingsinstallatie op arbeidsplaatsen en op vluchtwegen minimaal 1 lux op vloerhoogte vanaf 15 seconden na het uitvallen van de normale elektriciteit tot één uur daarna.
Indien bij uitval van de normale verlichting werkzaamheden moeten worden verricht (of dringende handelingen bij calamiteiten), dan levert de noodverlichtingsinstallatie zoveel licht dat deze werkzaamheden zonder bezwaar kunnen worden uitgevoerd.
8.4 Geeft aan dat er adequate noodverlichting en veiligheidssignalering aanwezig dient te zijn.

Bouwbesluit
In het Bouwbesluit en in de Arbo- wet staat omschreven dat er in ieder gebouw waar mensen aan het werk zijn, of waar er bezoekers over de vloer komen, noodverlichting aanwezig is.
Ieder gebouw is voor wat betreft constructie en inrichting onderworpen aan de voorschriften van het Bouwbesluit. Deze voorschriften hebben in belangrijke mate betrekking op de veiligheid voor gebruikers en/of bezoekers van gebouwen. In het Bouwbesluit zijn deze voorschriften gekoppeld aan de functie van het gebouw en het aantal personen dat zich naar verwachting in het gebouw kan bevinden. In de Bouwbesluitartikelen 2.49 en 2.55 wordt met name de verplichting voor noodstroominstallaties benoemd. In Artikelen 2.60 en 2.67 wordt de aanwezigheid van noodverlichting bepaald. Daarbij wordt wel onderscheid gemaakt tussen bestaande bouw en nieuwbouw. Verantwoordelijk voor de juiste uitvoering van deze regels is de eigenaar van het gebouw.

Besluit brandveilig gebruik bouwwerken
Het besluit brandveilig gebruik bouwwerken is een regelgeving die een aanvulling is op het Bouwbesluit. Hierin staan een aantal specifieke zaken die betrekking hebben op het gebruik van een gebouw. Het besluit brandveilig gebruik bouwwerken vult het Bouwbesluit aan op de volgende punten: de aanwezigheid en kwaliteit van vluchtwegsignalering. Daarvoor verwijst het gebruiksbesluit naar de normen NEN-EN 1838 en NEN 6088. Tevens staat in het Gebruiksbesluit de eis dat noodverlichting minimaal 1 maal per jaar onderhouden moet worden.

Bij ons kiest u voor 100% zekerheid, continuïteit en gemak.

Bent u geïnteresseerd of wilt u graag vrijblijvend informatie over onze diensten en producten dan kunt u op onderstaande manieren contact met ons opnemen. Ook als u al klant bij ons bent en een storing of defect wilt melden kan dit door onderstaande mogelijkheden.
- Via e-mail; Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
- Telefonisch op nummer; 06 40 33 57 10
Bij ons kiest u voor 100% zekerheid, continuïteit en gemak

PREVENTIEF ONDERHOUD GARANDEERT EEN VEILIGE INSTALLATIE EN VOORKOMT ONNODIGE DEFECTEN, BOVENDIEN BESPAART HET KOSTEN IN ONDERHOUD.